Fietsdiefstal: samen aanpakken

STAP 1

Samenwerking

Bij de aanpak van fietsdiefstal zijn verschillende actoren betrokken. Alleen een aanpak waarbij alle betrokken partijen worden ingeschakeld, zal leiden tot beheersing van het aantal diefstallen.

Elke partij is verantwoordelijk voor een aantal maatregelen. In veel gevallen zal het ook op samenwerking tussen de partijen aankomen. Met name in kleine gemeenten is het van belang om een goede relatie te hebben met alle veiligheidspartners.

In deze eerste stap wordt contact gelegd met de voor een aanpak benodigde partijen. De selectie van de juiste partijen is de belangrijkste randvoorwaarde voor het ontwikkelen van een aanpak.

Inhoudelijke samenhang is dan ook in het vervolg van het traject verzekerd. Zo zal bijvoorbeeld het resultaat van een gezamelijke probleeminventarisatie een juist en compleet beeld leveren van de problematiek.

De aanleiding voor stap 1 is meestal de eerste signalering van het probleem rondom fietsdiefstal door één of meerdere partijen (zoals bijvoorbeeld in een raadsvergadering). Deze eerste inventarisatie of constatering van wat zich voordoet is nog niet de volledige inventarisatie die nodig is voor een gerichte en effectieve aanpak van een probleem.


BETROKKEN PARTIJEN EN HUN ROL


Fietseigenaren

De belangrijkste factor bij de aanpak van fietsdiefstal zijn de eigenaren van fietsen. Fietseigenaren maken geen onderdeel uit van de projectorganisaties (zie stap 2), maar zijn uiteraard wel een belangrijk doelgroep van het project. Als zij er voor zorgen dat hun fiets goed gestald staat (met degelijke sloten) zal deze geen interessant object voor dieven vormen. Dit zal de het project duidelijk moeten communiceren.

Gemeente

Een effectieve aanpak van fietsdiefstal vraagt om een helder en gecoördineerd beleid. Wanneer maatregelen goed op elkaar zijn afgestemd, zullen de onderdelen van de aanpak elkaar versterken. De regievoering is bij de gemeente in vertrouwde handen. De bestrijding van fietsdiefstal hoort tenslotte ook thuis in het lokale veiligheidsbeleid van de gemeente.

De regierol omvat vijf taken:

  • Het verkrijgen van inzicht in de problemen en knelpunten op het gebied van fietsdiefstal;
  • Het stellen van prioriteiten bij de aanpak;
  • Het formuleren van maatregelen die in samenwerking met betrokken partijen worden uitgevoerd;
  • De samenwerking tussen de betrokken partijen (inclusief de gemeente zelf) in goede banen leiden;
  • Het waarborgen van een goede verdeling van de te nemen maatregelen.

De gemeente heeft behalve de regie ook de verantwoordelijkheid over een aantal maatregelen, met name in de openbare ruimte. De gemeente kan er zorg voor dragen dat er genoeg plekken zijn waar fietsen veilig gestald kunnen worden. Dan kan gedacht worden aan bewaakte fietsenstallingen of objecten (rekken, tulpen, nietjes, stangen, etc.) waar de fiets aanvast kan worden geketend. De gemeente kan er ook voor zorgen dat de zichtbaarheid (groenvoorziening) en de verlichting van deze parkeervoorzieningen op orde zijn.

Naast de maatregelen die specifiek gericht zijn op fietsdiefstal, moet de gemeente ook zorgen voor een actief flankerend beleid. Daarbij kan gedacht worden aan de zorg voor verslaafden.

De gemeente zorgt er ook voor dat alle maatregelen beleidsmatig worden ingebed (bijvoorbeeld door ze op te nemen in het Integrale Veiligheidsplan).

Politie

Bij veel maatregelen tegen fietsdiefstal, zal de politie een rol spelen. Zowel op preventief als op repressief gebied. Allereerst kan de politie de gemeente, bij het vaststellen van beleid, voorzien van informatie. Daarbij kan gedacht worden aan achtergrondgegevens over de aard en omvang van de problematiek binnen de gemeente, hot-spots en profielen van daders.

De analyse-afdeling van de politie kan een daderanalyse maken en bijvoorbeeld een dader top 10 samenstellen. Het geven van voorlichting aan (potentiële) slachtoffers behoort ook tot de mogelijkheden van de politie. Hierbij gaat het om het verstrekken van informatie aan fietsers in het algemeen en slachtoffers in het bijzonder. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld tijdens een aangifte van fietsdiefstal.

Op repressief gebied, kan de politie daders opsporen door extra surveillance in te zetten en het gebruik van lokfietsen en cameras. Verder kan de politie toezichthouders begeleiden en zelf surveilleren op hot-spots. En een verdachte zal door de politie in verzekering worden gesteld en worden voorgeleid bij het Openbaar Ministerie.

Ook bij het verbinden van de activiteiten van kleinere gemeenten, kan de politie een rol spelen. Een politiedistrict omvat verschillende gemeenten. De (grotere) politie-eenheid heeft daarom vaak meer armslag dan een individuele gemeente, bijvoorbeeld bij het voeren van een publiekscampagne. Hierbij moet niet uitsluitend worden gedacht aan het dragen van kosten, maar om het bundelen van activiteiten. Voorbeelden van gecombineerde acties zijn te vinden op deze website.

Toezichthouders

Toezichthouders kunnen extra surveilleren op plekken waar het
aantal fietsdiefstallen is toegenomen. Tijdens surveillances kunnen ze nagaan of de fietsen goed zijn afgesloten. Onoplettende fietseigenaren kunnen direct gewezen worden op de gevaren van diefstal en krijgen eventueel een folder uitgereikt.

Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie kan de politie ondersteunen bij het nemen van gerichte maatregelen zoals een lokfiets. Het OM kan zorgen voor snelle afdoening van zaken met betrekking tot fietsdiefstal. Daarnaast kan zij stelselmatige daders van fietsdiefstal aanmerken als veelplegers. Bij de veelplegeraanpak van het OM worden deze daders voor langere tijd uit de roulatie genomen door een langdurige vrijheidsbeneming.

Ondernemers

Fietsdiefstallen zijn slecht voor het imago van een winkelgebied. Om dit te voorkomen, kunnen ondernemers hun bezoekers bijvoorbeeld met posters of flyers wijzen op de gevaren. Daarnaast kunnen zij een particuliere bewakingsdienst inzetten die een oogje in het zeil houdt op de openbare plekken waar veel fietsen worden gestald.

Dit toezicht kan worden ingezet op speciale tijden. Wanneer de diefstallen bijvoorbeeld vooral na sluitingstijd van de horeca een probleem zijn, dan is toezicht na sluitingstijd wellicht de oplossing van het probleem. Ondernemers van een winkelgebied kunnen, samen met gemeente, politie en brandweer, het Keurmerk Veilig Ondernemen aanvragen. Dit keurmerk, dat streeft naar een veilig winkelcentrum, schrijft ook maatregelen voor die fietsdiefstal tegengaan.

Onder de ondernemers vormen de fietshandelaren een specifieke groep. Zij hebben contact met de fietser zelf en verkopen sloten en verzekeringen. Tijdens deze contactmomenten kunnen zij het belang aangeven van gekeurde sloten, het registreren van de fiets en het doen van aangifte. Tevens speelt deze groep een rol bij het tegengaan van heling, door inruilfietsen aan te bieden.

Woningbouwcorporaties

Woningbouwcorporaties kunnen zich, samen met de gemeente, inzetten om het Politiekeurmerk Veilig Wonen te behalen. Dit keurmerk, dat streeft naar een veilige woonomgeving, schrijft ook maatregelen voor die fietsdiefstal tegengaan.

boven


OVEREENKOMST EN INTENTIE


Het is aan te raden om bij de start een samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring op te stellen. De verschillende partijen kunnen in een dergelijke verklaring hun betrokkenheid, ook op bestuurlijk niveau, vastleggen. In de verklaring leggen de deelnemers vast wat hun overwegingen zijn (zowel individueel als collectief) om samen te werken. Ook verklaren ze gezamenlijk te werken aan de aanpak van fietsdiefstal. Een overeenkomst kan kort en bondig zijn, waarin in ieder geval staat:

  • De diverse partijen en hun vertegenwoordigers.
  • Doel van de samenwerking, waar gaan de partijen aan werken.
  • Intentie; bereidheid om aan de gestelde doelen te werken.
  • Datum en ondertekening.

Een overeenkomst of verklaring kan aangevuld worden met een beschrijving van de voorwaarden voor de samenwerking, de duur van de samenwerking en een schets van de inhoud van de samenwerking.

In de praktijk is het opstellen van een uitgebreide verklaring pas mogelijk als de aanpak zich in een duidelijke richting heeft ontwikkeld. In een dergelijke situatie voldoet het formuleren en ondertekenen van een intentie. Het plan van Aanpak (stap 4) biedt ruimte om de verschillende onderdelen uit de overeenkomst of verklaring (zoals bijvoorbeeld de verantwoordelijkheden van een projectgroep) in detail te beschrijven.

boven


COMMUNICATIE


In een samenwerkingstraject is een goede en adequate communicatie naar de diverse doelgroepen (in- en extern) één van de kritische succesfactoren voor het creëren van draagvlak en het welslagen van het project. Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het in een vroeg stadium betrekken van fietseigenaren bij de totstandkoming van de aanpak.

De gemeente speelt ook een rol op het gebied van voorlichting. Ze kan fietsers wijzen op de risico's van fietsdiefstal. Dat kan via de gangbare communicatiekanalen (website, foldermateriaal of de gemeentelijke rubriek in het huis-aan-huis-blad). Daarnaast kan gedacht worden aan het uitdelen van flyers of het aanbrengen van spandoeken of borden op de hot-spots binnen de gemeente.

Het geven van voorlichting aan (potentiële) slachtoffers behoort ook tot de mogelijkheden van de politie. Hierbij gaat het om het verstrekken van informatie aan fietsers in het algemeen en slachtoffers in het bijzonder. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld tijdens een aangifte van fietsdiefstal.

boven